Je wilt jezelf een dividend uitkeren vanuit je BV, maar je weet niet zeker hoeveel belasting je daarover gaat betalen. Of je hebt al een bedrag in gedachten en wilt weten of het slimmer is om dat te splitsen over jou en je fiscaal partner. Precies op dat moment wordt box 2 concreet: niet als begrip, maar als een getal op een aanslag. In dit artikel reken je het stap voor stap door, inclusief de tarieven die nu gelden.
Wanneer val je in box 2? Het aanmerkelijk belang in het kort
Box 2 gaat over inkomen uit aanmerkelijk belang. Je hebt een aanmerkelijk belang als je minimaal 5% van de aandelen bezit in een vennootschap, zoals een BV. Voor de meeste DGA’s is dit vanzelfsprekend het geval: je hebt je eigen BV opgericht en bezit alle aandelen.
Heb je een holdingstructuur, waarbij je holding de aandelen bezit in een werkmaatschappij? Dan val je alsnog in box 2, want ook via de holding geldt die 5%-grens. Zelfs als je aandelen via een familielid houdt, kan er sprake zijn van een fictief aanmerkelijk belang. Kortom: als je DGA bent van een BV, is de kans groot dat jij box 2-belastingplichtige bent.
Twee lagen belasting die je samen moet zien
Dit is het punt waar veel ondernemers de fout ingaan. Wanneer jouw BV winst maakt, betaalt de BV eerst vennootschapsbelasting (vpb). Over de eerste €200.000 winst is dat 19%, daarboven 25,8%. Wat er overblijft na vpb is de nettowinst van de BV. Pas als jij dat geld als dividend uitkeert aan jezelf, betaal je box 2 belasting als privépersoon.
Die twee lagen moet je altijd samen zien als je wilt weten wat een euro winst in de BV je netto oplevert. Negeer je de vpb, dan reken je jezelf rijk.
Het huidige box 2-tarief: twee schijven
Box 2 kent momenteel twee schijven. Over de eerste €67.000 aan inkomen uit aanmerkelijk belang betaal je 24,5%. Alles daarboven wordt belast tegen 33%. Heb je een fiscaal partner, dan geldt die grens van €67.000 per persoon, dus samen €134.000 aan het lage tarief.
Dat verschil tussen die twee schijven is aanzienlijk. Over een extra euro boven die grens betaal je dus 8,5 procentpunt meer. Dat maakt de hoogte van je dividenduitkering een concrete keuze met een financieel gevolg.
Verschil met box 1 en box 3
Ter vergelijking: als je jezelf salaris betaalt vanuit de BV, valt dat in box 1. In de hoogste schijf betaal je daar 49,5% inkomstenbelasting over. In box 3 wordt niet het inkomen maar het vermogen belast, op basis van een fictief rendement. Dezelfde euro kan dus heel anders uitpakken, afhankelijk van via welke box hij bij jou terechtkomt.
Dividend via box 2 is in veel situaties voordeliger dan extra salaris via box 1, maar goedkoper dan simpelweg geld in de BV laten staan en in box 3 belast worden, is het ook niet. De context bepaalt wat slim is.
Wanneer slaat de aanslag neer?
Box 2 belasting ontstaat op twee momenten. Het eerste en meest voorkomende moment is de dividenduitkering: op het moment dat de BV dividend uitkeert aan jou als aandeelhouder, ontstaat er belastingplicht in box 2. De BV houdt 15% dividendbelasting in als voorheffing, die je later verrekent met je aanslag.
Het tweede moment is vervreemding van aandelen dus als je je BV verkoopt of aandelen overdraagt. De winst die je dan maakt boven de verkrijgingsprijs van de aandelen valt ook in box 2. Dat kan een fors bedrag zijn als je je bedrijf na jaren van opbouw verkoopt.
Bruto naar netto: twee voorbeelden doorgerekend
Stel, jouw BV heeft €62.500 brutodividend beschikbaar om uit te keren. De BV heeft daarover al 19% vpb betaald (stel dat het in de lage schijf valt), dus de BV had eerst €77.160 winst. Na vpb resteert €62.500. Jij keert dit als dividend uit.
Over €62.500 betaal je als alleenstaande DGA 24,5% box 2 belasting, omdat je onder de €67.000-grens blijft. Dat is €15.313. Netto ontvang je €47.187. Je effectieve gecombineerde belastingdruk (vpb plus box 2) over de oorspronkelijke winst van €77.160 is dan ongeveer 38,8%.
Nu een groter voorbeeld: de BV keert €150.000 dividend uit. De eerste €67.000 wordt belast tegen 24,5%, dat is €16.415. De overige €83.000 wordt belast tegen 33%, dat is €27.390. Totale box 2 heffing: €43.805. Netto ontvang je €106.195. Ook hier heeft de BV al vpb betaald voordat dit bedrag beschikbaar was. Je effectieve druk over de totale winst die hieraan ten grondslag ligt, ligt al snel boven de 45%.
Salaris versus dividend: de afweging die je jaarlijks maakt
Als DGA ben je verplicht jezelf een gebruikelijk loon uit te betalen. In 2026 ligt dat minimum op €56.000 per jaar, tenzij het gebruikelijk loon in jouw branche lager ligt. Over dat salaris betaal je box 1-belasting maar de BV mag het als kosten aftrekken, wat de vpb-last verlaagt.
De break-even analyse ziet er globaal zo uit: extra salaris boven het minimum wordt belast in box 1 (tot 49,5%). Extra dividend boven de eerste schijf in box 2 kost 33%. Dividend lijkt goedkoper, maar vergeet niet dat de winst in de BV al belast is met vpb. Als je de combinatie van vpb en box 2 vergelijkt met alleen box 1 op salaris, liggen de uitkomsten dicht bij elkaar. Voor bedragen net boven het minimum-DGA-salaris loont het vaak om dividend te kiezen. Voor hoge inkomens is een nauwkeurige berekening nodig.
Voorlopige aanslag box 2 aanvragen: waarom dat loont
Als je weet dat je een fors bedrag aan box 2 belasting gaat betalen, kun je een voorlopige aanslag aanvragen bij de Belastingdienst. Doe je dat niet, dan betaal je de definitieve aanslag later en loop je het risico op invorderingsrente. Die rente loopt op als je te laat betaalt.
Door vroeg in het jaar (of zelfs nog in het lopende jaar na de dividenduitkering) een voorlopige aanslag aan te vragen, betaal je in termijnen en voorkom je een grote naheffing met rente. Zeker bij een uitkering van €100.000 of meer is dit het overwegen waard.
Verliesverrekening binnen box 2
Heb je een verlies geleden in box 2, bijvoorbeeld omdat je aandelen hebt verkocht voor minder dan de verkrijgingsprijs? Dan is dat aanmerkelijkbelangverlies verrekenbaar. Je mag het verrekenen met positief box 2-inkomen uit het vorige jaar (een jaar terugwentelen) of met toekomstige jaren. Kun je het verlies nergens mee verrekenen in box 2, dan mag je onder voorwaarden een deel omzetten in een belastingkorting op box 1, maar dat proces kent beperkingen en verloopt via een beschikking van de Belastingdienst.
De veelgemaakte miscalculatie: vergeten dat de BV al vpb heeft betaald
De meest gemaakte fout is dat ondernemers kijken naar het dividendbedrag en denken: ik betaal 24,5% of 33%, dat valt mee. Maar die €67.000 die je uitkeert, was eerst een grotere winst in de BV, waarover al 19% of 25,8% vpb is betaald.
Het juiste effectieve tarief bereken je zo:
- Stel vpb is 19% op de brutowinst. Na vpb resteert 81% als dividend.
- Over dat dividend betaal je 24,5% box 2 (binnen de eerste schijf).
- Effectief tarief: 19% plus (81% maal 24,5%) = 19% plus 19,8% = 38,8%.
In de hogere schijven loopt dit op naar bijna 46%. Niet schokkend hoog, maar wel beduidend meer dan het box 2-tarief op het eerste gezicht doet vermoeden. Wie dit niet meeneemt, maakt een verkeerde vergelijking met salaris of andere vermogensinkomsten.
De structuur is overzichtelijk: je BV betaalt eerst vennootschapsbelasting, daarna betaal jij als aandeelhouder box 2-belasting over het dividend. De hoogte van je uitkering bepaalt welk tarief van toepassing is. Met een fiscaal partner kun je de lage schijf verdubbelen. Voor de meeste DGA’s loont het om jaarlijks even te rekenen: wat keer ik uit, wanneer doe ik dat, en vraag ik op tijd een voorlopige aanslag aan? Bij grotere bedragen is advies van een belastingadviseur verstandig, omdat de combinatie van salaris, dividend en vermogen in de BV om maatwerk vraagt.
