Je accountant stelt ergens tijdens jullie gesprek voor om “eens na te denken over een holdingstructuur”. Je winst is dit jaar flink gestegen, dus hij heeft een punt, maar je hebt eigenlijk geen idee wat zo’n structuur precies inhoudt, wat het je oplevert en wat het kost. Dit artikel legt het uit: wat een holding is, wanneer het voor een zzp’er of mkb’er zinvol wordt en waar je op moet letten voordat je de stap zet.
Drie signalen dat je holding-ready bent
Een holdingstructuur is niet voor iedereen zinvol. Er zijn drie situaties waarin ondernemers de overstap serieus beginnen te overwegen.
De eerste is een structurele winst van ongeveer 100.000 euro of meer per jaar. Onder dat bedrag wegen de kosten en de administratieve last vaak niet op tegen het belastingvoordeel. Daarboven wordt het plaatje interessant, omdat je met een holdingstructuur slim kunt schuiven met waar de winst landt en wanneer je belasting betaalt.
De tweede situatie is het opbouwen van vermogen buiten je privésfeer. Stel, je wilt een buffer opbouwen voor later of geld opzijzetten om te investeren in vastgoed of een andere onderneming. In een holding kun je dat geld laten staan en laten groeien zonder dat je er meteen privébelasting over betaalt.
De derde is uitbreiding: je wilt een tweede dienst aanbieden, een partner betrekken of je activiteiten opsplitsen. Een holdingstructuur geeft je dan een nette juridische kapstok om alles overzichtelijk te houden.
Wat een holdingstructuur precies inhoudt
Een holdingstructuur bestaat uit minimaal twee bv’s (besloten vennootschappen) die een relatie met elkaar hebben. De holding-bv staat bovenaan. De werkmaatschappij staat eronder en is de bv waarmee je daadwerkelijk zaken doet, facturen stuurt en personeel aanneemt als dat aan de orde is.
Jij als ondernemer bent aandeelhouder van de holding. De holding is op haar beurt aandeelhouder van de werkmaatschappij. Dat klinkt omslachtig, maar het idee is simpel: de werkmaatschappij draait het risico van het dagelijkse ondernemersleven. De holding is de spaarpot en het veilige huis voor je vermogen.
| Laag | Wie of wat | Functie |
|---|---|---|
| Jij (privé) | Aandeelhouder | Ontvangt salaris en eventueel dividend |
| Holding-bv | Moedervennootschap | Bewaart winst, bezit aandelen werkmaatschappij |
| Werkmaatschappij | Dochtervennootschap | Voert de activiteiten uit, draagt het risico |
Hoe geld tussen holding en werkmaatschappij beweegt
De werkmaatschappij maakt winst. Die winst betaalt eerst vennootschapsbelasting. In Nederland betaal je over de eerste schijf (tot circa 200.000 euro) 19 procent, daarboven 25,8 procent. Daarna kan de resterende winst als dividend worden uitgekeerd aan de holding.
Hier komt een belangrijk fiscaal voordeel om de hoek kijken: de deelnemingsvrijstelling. Die regeling zorgt ervoor dat de holding geen extra belasting betaalt over het ontvangen dividend van de werkmaatschappij. Het geld schuift dus belastingvrij omhoog naar de holding. Wil je het geld daarna privé opnemen, dan betaal je als aandeelhouder box 2-belasting (in 2026 is dat 24,5 procent over de eerste 67.000 euro en 31 procent daarboven). Maar zolang het geld in de holding blijft, kun je het hergebruiken, investeren of laten groeien zonder dat de fiscus er meteen een deel van opeist.
Dat uitstel van belasting is precies de reden waarom een holdingstructuur aantrekkelijk kan zijn. Je bent niet meer verplicht om winst direct naar privé te halen als je dat niet nodig hebt.
De rekening: wat het kost
Een holdingstructuur is niet gratis. Dat is belangrijk om eerlijk in te schatten voordat je de stap zet.
- Oprichtingskosten voor twee bv’s liggen doorgaans tussen de 1.000 en 2.500 euro, afhankelijk van de notaris.
- Jaarlijkse accountantskosten lopen op. Waar je voor één bv misschien 1.500 euro per jaar kwijt bent, betaal je voor een holdingstructuur al snel het dubbele of meer.
- Je bent verplicht om twee keer per jaar publicatiestukken in te dienen bij de Kamer van Koophandel, voor elke bv apart.
- Twee jaarrekeningen, twee belastingaangiftes voor de vennootschapsbelasting, twee keer administratie bijhouden.
Tel je alles bij elkaar op, dan kom je al snel op 3.000 tot 6.000 euro extra kosten per jaar. Dat is de ondergrens waarboven het belastingvoordeel zijn werk moet doen. Vandaar ook die vuistregel van 100.000 euro winst: pas dan weegt het voordeel gemiddeld genomen op tegen de kosten.
Zzp’er met een eenmanszaak: eerst inbrengen, dan de holding
Ben je nu nog actief als zzp’er met een eenmanszaak en wil je toewerken naar een holdingstructuur? Dan gaat dat in twee stappen.
Stap 1: Eenmanszaak inbrengen in een bv. Je zet je eenmanszaak om naar een bv. Dat kan via een zogenoemde ruisende of geruisloze inbreng. Het verschil zit hem in wanneer je afrekent met de Belastingdienst over stille reserves en goodwill. Je accountant of fiscalist kan uitrekenen welke variant voor jou gunstiger is. Dit is een moment waarop je echt professioneel advies wilt inwinnen.
Stap 2: De holding oprichten. Zodra je een werkmaatschappij-bv hebt, kun je daarboven een holding-bv oprichten. Jij draagt je aandelen in de werkmaatschappij over aan de holding, zodat de structuur klopt. Dit heet een aandelenruil of juridische reorganisatie en ook hier zijn fiscale spelregels aan verbonden.
De volgorde is dus altijd: eerst de eenmanszaak omzetten naar een bv, daarna pas de holdinglaag toevoegen. Probeer het andersom te doen, dan loop je tegen onnodige complicaties aan.
Wanneer een holding juist niet zinvol is
Het is verleidelijk om te denken dat een holdingstructuur altijd slim is als je eenmaal bv-achtige winsten draait. Maar er zijn situaties waarin het gewoon niet de moeite waard is.
Als je winst structureel onder de 80.000 tot 100.000 euro blijft, zijn de extra kosten moeilijk terug te verdienen. Een tijdelijke piek door één groot project is ook geen reden om een holdingstructuur op te tuigen. Die piek is weg voor je de notarisrekening hebt betaald en de structuur goed draait.
Sommige ondernemers merken ook dat ze de extra administratielast zwaarder vinden dan verwacht. Twee bv’s betekent twee keer alles: twee keer de boekhouder bellen, twee keer stukken tekenen, twee keer deadlines bewaken. Als je daar geen zin in hebt of geen capaciteit voor, dan heeft dat impact op hoe prettig je de structuur ervaart in de praktijk.
En als je over twee of drie jaar wilt stoppen met ondernemen, is het ook de vraag of je een structuur opzet die je voor die paar jaar nodig hebt.
Drie vragen om vandaag aan je accountant te stellen
Ga je binnenkort met je accountant zitten? Stel dan minimaal deze drie vragen voordat je een beslissing neemt over een holdingstructuur zzp-situatie.
1. Wat is mijn verwachte structurele winst de komende drie jaar? Niet de omzet, maar de winst na kosten. Dat getal bepaalt of de rekening klopt.
2. Wat zijn de totale jaarlijkse kosten van een holdingstructuur in mijn specifieke situatie? Vraag een concreet getal, inclusief notaris, accountant, KvK en administratie. Niet een bandbreedte, maar een realistische schatting voor jouw geval.
3. Wat is voor mij het breekpunt: bij welke winst verdien ik de holdingstructuur precies terug? Laat je accountant dit doorrekenen. Zo weet je wanneer je de overstap moet maken en kun je dat moment bewust kiezen in plaats van er per ongeluk in te tuimelen.
