Je hebt net je jaarruimte berekend en twijfelt nu tussen twee namen die steeds terugkomen: Meesman en Bright. Beide bieden banksparen aan voor zzp’ers, beide presenteren zich als goedkoop, en op de meeste vergelijkingssites staan ze gewoon naast elkaar zonder dat duidelijk wordt wanneer de ene beter uitpakt dan de andere. Het antwoord hangt namelijk bijna volledig af van hoeveel je jaarlijks inlegt. In dit artikel rekenen we drie concrete scenario’s door bij €5.000, €12.000 en €20.000 per jaar, zodat je een keuze kunt maken op basis van jouw situatie.
De rekenregels: wat we aannemen en waarom
Voordat we rekensommen maken, is het eerlijk om te laten zien welke knoppen we omdraaien. Alle drie de scenario’s werken met dezelfde aannames, zodat je appels met appels vergelijkt.
Over de kostenstructuur: Meesman rekent een jaarlijkse fondskostenpercentage van ongeveer 0,5% over het totale belegd vermogen. Bright hanteert een vaste abonnementsprijs van rond de €10 per maand (€120 per jaar), ongeacht hoe groot je pot is, plus fondskosten van gemiddeld zo’n 0,2% per jaar. Dat vaste bedrag maakt Bright goedkoop voor grote vermogens, maar relatief duur als je net begint.
Het brutorendement stellen we voor beide aanbieders gelijk op 6% per jaar voor een gemengd profiel met overwegend aandelen. Dit is een langetermijnschatting die we niet mooier maken dan hij is. Kosten worden van dit rendement afgetrokken vóór compounding, wat een realistischer beeld geeft dan kosten achteraf berekenen.
Over het fiscale voordeel: inleg via de jaarruimte is aftrekbaar van je belastbaar inkomen. We gaan uit van een tarief van 37,07% in box 1 voor zzp’ers met een modaal inkomen. Dat betekent dat €1.000 netto inleggen je effectief maar €629 kost. Bij uitkering betaal je inkomstenbelasting over wat je ontvangt, maar dat valt in de meeste gevallen lager uit dan je tarief tijdens je werkzame jaren. We rekenen bij uitkering met een gemiddeld belastingtarief van 20%, een grove maar gangbare aanname voor een gespreid pensioeninkomen.
Na je 67e wordt het opgebouwde vermogen niet ineens uitgekeerd. Het wordt omgezet in een lijfrente-uitkering. De vermogensrendementsheffing in box 3 speelt daarom géén rol tijdens de opbouw. Die heffing is pas relevant als je vermogen buiten een lijfrentevehikel staat. Dit onderscheid vergeten veel vergelijkingen, dus we benoemen het expliciet.
Looptijd: 20 jaar. Startleeftijd: 47 jaar, zodat uitkering plaatsvindt rond de 67. Alle bedragen zijn nominaal, dus niet gecorrigeerd voor inflatie.
Scenario 1: €5.000 per jaar
Stel je bent een grafisch ontwerper die net genoeg ruimte heeft om €5.000 per jaar opzij te zetten. Dat is €417 per maand, een solide begin.
Bij Meesman betaal je jaarlijks 0,5% fondskosten over het gemiddeld belegd vermogen. In het eerste jaar is dat een klein bedrag, maar na twintig jaar heb je een flinke pot en stijgen de kosten mee. De totale kosten over 20 jaar bedragen bij dit scenario naar schatting €4.800 tot €5.200 in euro’s van vandaag.
Bij Bright betaal je €120 per jaar aan vaste kosten plus 0,2% fondskosten. Bij €5.000 inleg per jaar is de vaste €120 relatief zwaar: dat is al 2,4% van je jaarlijkse inleg. De totale kosten over 20 jaar komen daarmee uit op ongeveer €3.600 tot €4.000, iets lager dan Meesman, maar het verschil is klein.
Het netto eindvermogen na aftrek van alle kosten, vóór belasting bij uitkering, komt bij Meesman uit op circa €172.000 en bij Bright op circa €175.000. Fiscaal voordeel tijdens inleg (37,07%) is bij beide gelijk, omdat de jaarruimteaftrek niet afhankelijk is van de aanbieder. Na belasting bij uitkering (20%) houd je bij beide varianten een vergelijkbaar bedrag over. Verschil: verwaarloosbaar, minder dan €3.000 over de hele looptijd.
Scenario 2: €12.000 per jaar
Nu gaat het ergens lijken. Stel je bent een it-consultant met een goed jaar achter de rug. €12.000 per jaar, ofwel €1.000 per maand. Dit is het niveau waarop de kostenstructuur begint te bijten.
Bij Meesman loopt het procentuele kostenbedrag mee op met je groeiende vermogen. Na 20 jaar heeft Meesman je gemiddeld iets meer dan 0,5% per jaar gekost over een steeds groter wordende pot. Totale kosten over de looptijd: ruwweg €11.500 tot €12.500.
Bij Bright is de vaste €120 nu veel minder zwaar: slechts 1% van je jaarlijkse inleg. De fondskosten van 0,2% zijn een stuk lager dan de 0,5% van Meesman. Totale kosten bij Bright: circa €6.500 tot €7.500. Dat is een verschil van zo’n €5.000 over twintig jaar.
Netto eindvermogen vóór belasting: Meesman rond €407.000, Bright rond €418.000. Na uitkeringsbelasting (20%) scheelt dat grofweg €11.000 netto. Niet enorm, maar wel genoeg voor een behoorlijke vakantie of een buffer voor je eerste uitkeringsjaar.
Hier begint Bright de papieren vergelijking te winnen. De combinatie van lage fondskosten en een vaste abonnementsprijs die procentueel steeds kleiner wordt, werkt in het voordeel van de inlegger die meer dan €10.000 per jaar inlegt.
Scenario 3: €20.000 per jaar
Dit is het scenario voor de zzp’er die maximaal gebruik maakt van zijn jaarruimte: een advocaat, freelance manager of technisch specialist die structureel goed verdient. €20.000 per jaar is aan de bovenkant van wat fiscaal aftrekbaar is voor veel zzp’ers, afhankelijk van inkomen en al opgebouwde pensioenrechten.
Bij Meesman zijn de fondskosten van 0,5% over een vermogen dat na 20 jaar richting de €700.000 gaat serieus. De totale kosten over de looptijd kunnen oplopen tot €19.000 tot €21.000 in netto gecorrigeerde euro’s.
Bij Bright betaal je de vaste €120 plus 0,2% fondskosten. Die 0,2% over een groot vermogen telt ook op, maar blijft beduidend lager dan 0,5%. Totale kosten bij Bright: circa €10.000 tot €12.000. Een kostenverschil van bijna €9.000 over de looptijd.
Dit is het omslagpunt: hoe groter het belegd vermogen, hoe harder het verschil tussen een vaste en een procentuele kostenstructuur doorwerkt. Netto eindvermogen bij Meesman: circa €675.000. Bij Bright: circa €692.000. Na uitkeringsbelasting van 20% levert Bright netto zo’n €17.000 meer op. Dat is één volledig jaar pensioenuitkering extra.
De kruistabel: netto eindvermogen na 20 jaar
| Jaarlijkse inleg | Meesman (netto eindvermogen voor belasting) | Bright (netto eindvermogen voor belasting) | Verschil in voordeel Bright |
|---|---|---|---|
| €5.000 per jaar | circa €172.000 | circa €175.000 | circa €3.000 |
| €12.000 per jaar | circa €407.000 | circa €418.000 | circa €11.000 |
| €20.000 per jaar | circa €675.000 | circa €692.000 | circa €17.000 |
Let op: dit zijn schattingen op basis van de genoemde aannames. Werkelijke uitkomsten hangen af van marktomstandigheden, toekomstige kostenmutaties bij de aanbieders en je persoonlijke belastingsituatie.
Wat de cijfers niet vertellen
Een rekensom is een rekensom, geen compleet advies. Er zijn drie dingen die niet in een tabel passen maar wel degelijk meewegen.
Ten eerste de beleggingskeuze. Meesman werkt met eigen indexfondsen, Bright biedt een selectie van ETF’s aan. Wie grip wil houden op zijn beleggingsstrategie, of juist iemand die alles wil uitbesteden, kan bij de ene aanbieder prettiger zitten dan bij de andere. Die voorkeur telt mee, ook al levert hij geen extra euro’s op.
Ten tweede de uitkeringsflexibiliteit. Zowel Meesman als Bright bieden lijfrenteproducten waarbij je bij pensionering een uitkerende verzekeraar kiest. Maar de manier waarop die overdracht werkt, de keuzes die je hebt in looptijd en of je nabestaandenpensioen wil meenemen, verschilt. Dit is pas relevant als je de pensioenleeftijd nadert, maar het is goed om het nu al op de radar te hebben.
Ten derde de liquiditeit van je situatie als zzp’er. Als je een slecht jaar hebt, wil je de inleg kunnen terugschroeven zonder boetes of nadelen. Zowel Meesman als Bright bieden die flexibiliteit, maar de manier waarop je inleg aanpast en of dat automatisch loopt, verschilt in de praktijk. Vraag dit altijd na voordat je tekent.
Bij een inleg van €5.000 per jaar is het verschil tussen Meesman en Bright klein genoeg dat andere factoren, zoals het beleggingsaanbod of de app, net zo goed mee mogen wegen. Leg je €10.000 of meer in, dan gaat Bright structureel goedkoper uitvallen door de vaste abonnementsprijs en de lagere fondskosten. Dat verschil groeit over een langere periode aan tot een bedrag dat je niet wilt laten liggen. De vraag is dus niet welke aanbieder het beste is, maar welke het beste past bij wat jij daadwerkelijk inlegt.
