Je ontvangt een offerte van een boekhouder die vraagt of je al iets regelt voor je pensioen. Je antwoord is “nog niet, maar binnenkort”. Dat binnenkort duurt bij veel zzp’ers vijf, tien, soms vijftien jaar. Geen werkgever die meebetaalt, geen automatische regeling, en ondertussen groeit de kloof tussen wat er staat en wat je later nodig hebt. Dit artikel laat zien welke fouten de meeste zzp’ers maken bij het opbouwen van pensioen, en hoe je ze aanpakt, ook als je al een tijdje achterloopt.

Het moment van schrikken, en waarom dat te laat is

Stel je voor: je bent 48, je bedrijf draait lekker, en je bespreekt je financiën met een boekhouder of partner. Die vraagt: ‘Hoeveel heb je opgebouwd voor je pensioen?’ Je weet het antwoord niet direct. Je kijkt even. Het valt tegen. Flink ook.

Dat moment van schrikken is herkenbaar voor heel veel zelfstandigen. Het probleem is niet dat ze het niet willen regelen. Het probleem is dat ze jarenlang kleine fouten hebben gemaakt die bij elkaar een groot gat vormen. Hieronder staan de zeven meest voorkomende.

Fout 1: Rekenen op ‘later regel ik het wel’

Uitstel is de duurste fout die je kunt maken, en dat is geen cliché. Door het rente-op-rente-effect groeit geld dat je vroeg inlegt veel harder dan geld dat je laat inlegt.

Een concreet voorbeeld: stel je legt 30 jaar lang maandelijks 200 euro in, met een gemiddeld rendement van 5% per jaar. Aan het einde heb je ongeveer 166.000 euro opgebouwd. Wacht je tien jaar met beginnen en doe je hetzelfde, maar dan 20 jaar lang? Dan kom je uit op ongeveer 82.000 euro. Het bedrag dat je zelf hebt ingelegd verschilt 24.000 euro, maar het eindresultaat verschilt meer dan 80.000 euro. Dat verschil betaalt het rendement van de vroege jaren.

Begin dus, ook als het kleine bedragen zijn. Beginnen is altijd beter dan wachten.

Fout 2: De AOW als vangnet zien

De AOW is er voor iedereen die lang genoeg in Nederland heeft gewoond en gewerkt. Maar het is geen royaal vangnet. Een alleenstaande ontvangt momenteel netto rond de 1.400 euro per maand. Voor de meeste zzp’ers die gewend zijn aan een inkomen van 3.000, 4.000 of meer euro per maand, is dat een flinke terugval.

Bovendien wordt de AOW-leeftijd de komende jaren verder verhoogd, en de hoogte van de uitkering staat onder druk door de vergrijzing. Reken er dus niet op dat de overheid dit voor jou oplost.

Fout 3: Je zakelijke buffer en je pensioenreserve door elkaar halen

Veel zzp’ers zetten geld apart in een zakelijke spaarrekening als buffer voor magere maanden of grote uitgaven. Dat is slim. Maar diezelfde rekening wordt ook gebruikt als ‘pensioenreserve’. En dat werkt niet.

Geld dat op één plek staat, wordt ook van één plek gebruikt. Een nieuwe laptop, een rustige zomer, een onverwachte belastingaanslag: voor je het weet is je pensioenreserve ingezet voor iets anders. Zorg dat je een aparte pot hebt die je met rust laat. Liefst in een structuur waarbij je er fiscaal ook een voordeel mee pakt, zoals een lijfrente.

Fout 4: De fiscale voordelen van lijfrente laten liggen

Als zzp’er mag je elk jaar een bepaald bedrag aftrekken van je belastbaar inkomen door dat te storten op een lijfrenterekening of -verzekering. Dat heet de jaarruimte. Hoe hoog die is, hangt af van je inkomen en eventuele eerdere pensioenopbouw.

Heb je de afgelopen jaren niets ingelegd? Dan is er waarschijnlijk ook reserveringsruimte: dat is opgestapelde jaarruimte uit voorgaande jaren, tot een maximum. Dit betekent dat je in één keer een flink bedrag kunt inleggen en aftrekken.

Concreet: stel je valt in het 37%-belastingschijf en je legt 5.000 euro in. Dan betaal je effectief 3.150 euro, want je krijgt 1.850 euro terug via je belastingaangifte. Dat is een onmiddellijk rendement van bijna 37% op de dag van inleg. Deze voordelen laten liggen is letterlijk geld weggooien.

Je kunt je jaarruimte berekenen via de rekenhulp op de website van de Belastingdienst, waar ook de inkomstenbelasting voor zzp’ers een rol speelt.

Fout 5: Alles op een spaarrekening zetten

Een spaarrekening is veilig en overzichtelijk. Maar veilig betekent ook: weinig rendement. Bij een rente van 2% en een inflatie van 2 tot 3%, staat je geld stil of gaat het in koopkracht achteruit.

Stel je belegt 200 euro per maand gedurende 25 jaar met 5% rendement per jaar. Je hebt dan zo’n 119.000 euro. Doe je hetzelfde maar op een spaarrekening met 2% rente? Dan houd je ongeveer 81.000 euro over. Dat verschil van 38.000 euro is puur het gevolg van de gekozen aanpak. Voor de lange termijn is beleggen (met gespreid risico) voor de meeste mensen verstandiger dan alleen sparen.

Fout 6: Arbeidsongeschiktheid als apart probleem zien

Veel zzp’ers weten dat ze een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) nodig hebben, maar zien dat als een ander verhaal dan pensioen. Toch is er een directe link.

Als je door ziekte of een ongeluk tijdelijk of langdurig niet kunt werken, stopt je inkomen. En daarmee ook je pensioenopbouw. Zonder AOV gebruik je je spaargeld en je pensioenreserve om de vaste lasten te betalen. Een goede AOV is dus niet alleen een inkomensoplossing, maar ook een bescherming van je pensioenopbouw.

Fout 7: Te weinig inleggen omdat je het doelbedrag niet weet

Veel zzp’ers storten ‘iets’ per maand zonder te weten of dat genoeg is. Een simpele vuistregel helpt je op weg. Stel jezelf de vraag: hoeveel wil ik netto per maand uitgeven als ik gestopt ben met werken? Zeg 2.500 euro. Trek daar de AOW van af (rond 1.400 euro voor een alleenstaande). Je hebt dus 1.100 euro per maand nodig uit je eigen spaargeld of beleggingen.

Om 1.100 euro per maand te kunnen uitkeren over 25 jaar (van je 68e tot je 93e), heb je op je pensioenleeftijd globaal 250.000 tot 300.000 euro nodig. Deel dat door het aantal maanden tot je met pensioen gaat en je hebt een ruwe richtlijn. Gebruik vervolgens een online pensioenrekentool om dit preciezer te maken.

Zo herstel je het: van eerste stap tot gevorderde aanpak

Het goede nieuws: het is bijna nooit te laat om bij te sturen. Dit is een handige volgorde:

  • Bereken eerst je jaarruimte en reserveringsruimte via de Belastingdienst.
  • Open een lijfrenterekening bij een bank of beleggingsplatform. Dit is de eenvoudigste manier om fiscaal voordelig pensioen op te bouwen als zzp’er.
  • Kies binnen die lijfrente voor beleggen in brede indexfondsen, niet voor sparen. Zeker als je pensioenleeftijd nog meer dan tien jaar weg is.
  • Overweeg daarna ook banksparen of een beleggingsrekening buiten de lijfrente, voor extra flexibiliteit. Dit geld is niet fiscaal aftrekbaar, maar wel vrij opneembaar.
  • Evalueer elk jaar of je inleg nog klopt met je inkomen en je doelbedrag.

Wat je deze maand concreet kunt regelen

Je hoeft niet alles tegelijk te doen. Drie acties die samen minder dan twee uur kosten:

Actie 1: Ga naar de website van de Belastingdienst en bereken je jaarruimte. Dit duurt ongeveer 15 minuten als je je belastingaangifte van vorig jaar bij de hand hebt.

Actie 2: Vergelijk twee of drie lijfrenterekeningen via een vergelijkingssite of via je bank. Let op de kosten, de beleggingsmogelijkheden en de minimale inleg. Kies er een en open de rekening. Dit kost je een uur.

Actie 3: Stel een automatische maandelijkse overboeking in naar die rekening, ook al is het 100 euro. Beginnen telt. Je kunt het bedrag later altijd verhogen.

Drie acties, twee uur, en je bent begonnen met het pensioen zzp opbouwen op een manier die echt werkt.

De meeste fouten bij pensioen als zzp’er zijn te voorkomen met een paar concrete keuzes: houd je pensioenreserve apart van je zakelijke buffer, benut de fiscale voordelen van lijfrente, en beleg voor de lange termijn in plaats van alles op een spaarrekening te laten staan. Je hoeft het niet perfect te doen. Je moet het alleen wel doen.