Je hebt gespaard of belegd, en bij het invullen van je belastingaangifte zie je ineens een bedrag staan bij box 3, belasting over geld dat je niet hebt verdiend maar gewoon op je rekening laat staan. Wat die box 3 precies inhoudt, waarom je er belasting over betaalt en hoeveel dat concreet is, legt dit artikel stap voor stap uit.

Vermogensbelasting bestaat niet officieel, maar de term klopt wel

In Nederland bestaat er geen aparte belasting die officieel ‘vermogensbelasting’ heet. Toch zijn er veel mensen die deze term gebruiken, en dat is begrijpelijk. Wat Nederland wél heft, is een belasting over het inkomen dat je volgens de Belastingdienst kunt halen uit je vermogen. Dat valt onder box 3 van de inkomstenbelasting.

In de praktijk betaal je dus belasting over je spaargeld, je beleggingen en andere bezittingen. Dat voelt gewoon aan als een belasting op je vermogen, vandaar de naam vermogensbelasting Nederland. De officiële term is ‘heffing in box 3’, maar voor dit artikel gebruiken we beide termen door elkaar.

Box 3 in één zin

De Belastingdienst berekent een fictief rendement over je nettovermogen boven een bepaalde grens, en heft daar 36% belasting over.

Fictief betekent: het maakt niet uit wat je daadwerkelijk hebt verdiend met je spaargeld of beleggingen. De Belastingdienst rekent met vaste percentages per categorie. Daar komt later meer over.

Wat telt mee als vermogen, en wat niet?

Niet alles wat je bezit wordt meegeteld. Hier is het onderscheid.

Wél mee:

  • Spaargeld en betaalrekeningen
  • Beleggingen zoals aandelen, obligaties en ETF’s
  • Een tweede woning of vakantiehuisje (waarde min eventuele hypotheek daarop)
  • Crypto zoals bitcoin of ethereum
  • Geld dat je hebt uitgeleend aan anderen
  • Een boot of caravan die je verhuurt

Niet mee:

  • Je eigen woning waar je in woont (die valt in box 1)
  • Pensioen en lijfrentes
  • Je auto voor privégebruik
  • Spullen in huis zoals meubels of sieraden (tenzij verzamelobjecten met hoge waarde)

De heffingsvrije drempel in 2026

Je betaalt niet over je hele vermogen. Er is een vrijstelling. In 2026 is het heffingsvrij vermogen €57.684 per persoon. Ben je fiscale partners, dan geldt dat bedrag twee keer, dus samen €115.368.

Heb je minder dan dit bedrag aan nettovermogen (bezittingen min schulden)? Dan betaal je niets in box 3.

Zo berekent de Belastingdienst je fictieve rendement

De Belastingdienst verdeelt je vermogen in drie categorieën, elk met een eigen fictief rendementspercentage. Voor 2026 zijn dat de volgende percentages (let op: deze worden jaarlijks aangepast):

  • Spaargeld: circa 1,44%
  • Overige bezittingen (beleggingen, tweede woning, crypto): circa 5,88%
  • Schulden: circa 2,62% (dit verlaagt je rendement)

Op het totale fictieve rendement betaal je 36% belasting.

De peildatum is altijd 1 januari van het belastingjaar. De Belastingdienst kijkt dus wat je op 1 januari 2026 had staan, niet wat je daarna hebt gespaard of uitgegeven.

Rekenvoorbeeld 1: €80.000 spaargeld, geen beleggingen

Stel: je hebt €80.000 op een spaarrekening staan op 1 januari 2026. Geen beleggingen, geen schulden.

Stap 1: Trek de vrijstelling af.
€80.000 min €57.684 = €22.316 belastbaar vermogen.

Stap 2: Bereken het fictieve rendement.
Dit hele bedrag valt in de categorie spaargeld: €22.316 x 1,44% = €321,35 fictief rendement.

Stap 3: Bereken de belasting.
€321,35 x 36% = circa €115,69 te betalen belasting.

Voor iemand die €80.000 heeft gespaard is dat dus een relatief klein bedrag, vooral omdat het fictieve rendementspercentage op spaargeld laag is.

Rekenvoorbeeld 2: €50.000 spaargeld én €120.000 in aandelen

Stel: je hebt €50.000 spaargeld en €120.000 in een beleggingsportefeuille. Geen schulden.

Stap 1: Totaal vermogen.
€50.000 plus €120.000 = €170.000.

Stap 2: Trek de vrijstelling af.
€170.000 min €57.684 = €112.316 belastbaar vermogen.

Stap 3: Bereken het fictieve rendement per categorie.
De Belastingdienst verdeelt je belastbare vermogen naar rato. Ongeveer 29,4% is spaargeld (€50.000 van €170.000) en 70,6% beleggingen. Over het belastbare deel van €112.316 geldt dan:
– Spaargeld: €33.021 x 1,44% = €475,50
– Beleggingen: €79.295 x 5,88% = €4.662,55
Totaal fictief rendement: circa €5.138.

Stap 4: Belasting berekenen.
€5.138 x 36% = circa €1.850 te betalen.

Dit laat zien hoe het hoge fictieve rendement op beleggingen de belastingrekening flink omhoog drijft, ook als je het afgelopen jaar misschien verlies hebt gemaakt.

Rekenvoorbeeld 3: fiscale partners en vermogensverdeling

Fiscale partners mogen hun gezamenlijke box 3-vermogen onderling verdelen zoals ze willen. Dat biedt voordeel als de ene partner meer verdient dan de ander, of als de heffingskortingen anders uitvallen.

Stel: jullie hebben samen €200.000 spaargeld. Jullie vrijstelling is €115.368 samen.

Belastbaar: €200.000 min €115.368 = €84.632.

Als je dit 50/50 verdeelt, betaalt elk van jullie over €42.316. Dat is dezelfde totale belasting als wanneer je het helemaal bij één persoon neerlegt, maar door de verdeling kunnen andere kortingen beter benut worden. Laat je hier eventueel over adviseren bij de aangifte.

Het Kerstarrest en waarom box 3 nog steeds omstreden is

In december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de box 3-heffing in strijd was met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod. Dit is het bekende Kerstarrest. Het probleem: de Belastingdienst rekende met een fictief rendement dat veel hoger lag dan wat spaarders werkelijk ontvingen, en dat was oneerlijk.

Sindsdien is er van alles veranderd en nog steeds in beweging. Rechtbanken hebben in meerdere zaken geoordeeld dat belastingplichtigen recht hebben op herstel als hun werkelijke rendement lager was dan het fictieve. De procedures lopen nog steeds.

De overheid werkt aan een nieuw stelsel op basis van werkelijk rendement, maar dat is door politieke en uitvoeringstechnische vertragingen nog niet ingevoerd. Tot die tijd werkt de Belastingdienst met het huidige systeem van forfaitaire percentages, aangevuld met een herstelregeling voor bepaalde groepen.

Wanneer kun je bezwaar maken of werkelijk rendement opgeven?

Als je werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement waarmee de Belastingdienst rekent, kun je in aanmerking komen voor de zogenaamde tegenbewijsregeling. Dit geldt vanaf belastingjaar 2023 en je kunt dit aangeven in je aangifte inkomstenbelasting.

Werkelijk rendement omvat rente, dividend, huur en koerswinsten, maar ook koersverliezen tellen mee. Let op: je moet dit goed kunnen onderbouwen met bankafschriften en overzichten van je broker.

Had je een aanslag over eerdere jaren die al onherroepelijk vaststaat? Dan is bezwaar in de meeste gevallen niet meer mogelijk, tenzij je eerder tijdig bezwaar hebt gemaakt. Twijfel je? Raadpleeg een belastingadviseur.

Box 3 is een belasting op een fictief rendement over je spaargeld, beleggingen en andere bezittingen boven de vrijstelling van 57.684 euro. Het tarief van 36% wordt toegepast op dat fictieve rendement, niet op je vermogen zelf. Heb je alleen spaargeld, dan valt de rekening vaak mee. Heb je ook beleggingen of een tweede woning, dan loopt het bedrag sneller op. Als fiscale partners kun je het vermogen slim verdelen om de belasting te beperken. En als je werkelijke rendement aantoonbaar veel lager uitviel dan het fictieve, is de tegenbewijsregeling het bekijken waard. De eerste stap is simpel: check je vermogen op 1 januari en vergelijk dat met de vrijstelling. Dat bepaalt of je iets betaalt, en hoeveel.