Je hebt vorig jaar de KOR aangevraagd, de btw-vrijstelling voor ondernemers met een omzet onder de €20.000, en dat leek een slimme zet. Geen kwartaalaangiften, geen btw-administratie. Maar dan koopt een fotograaf een nieuwe camera van €3.000, een koerier rijdt op verse banden die €800 kosten, en een aannemer bestelt materialen voor €8.000. Op dat moment begint de vraag te knagen: levert de KOR me nog iets op, of kost hij me inmiddels geld?
Of de KOR voordelig is, hangt af van precies twee dingen: hoeveel omzet je draait, en hoeveel btw je normaal zou terugkrijgen op je zakelijke kosten. De verhouding tussen die twee bepaalt aan welke kant van de break-even je zit.
De formule achter de break-even grens
De KOR betekent in de kern een ruil. Je draagt geen btw af over je omzet, maar je trekt ook geen btw af op je kosten. Dat tweede deel vergeten veel ondernemers bij de aanmelding.
De berekening is simpel in theorie. Stel je omzet is €18.000 en je bent normaal btw-plichtig. Dan draag je 21% btw af over die omzet, maar dan heb je die btw ook aan je klant berekend en dus al ontvangen. Wat je zelf betaalt aan btw op zakelijke inkopen, krijg je terug. Met de KOR sla je die hele cyclus over: geen rekening met btw, maar ook geen terugave.
De formule voor het KOR break-even omzet berekenen ziet er zo uit:
- Voordeel KOR = btw die je normaal zou afdragen op je omzet (ontvangen btw)
- Nadeel KOR = btw die je normaal zou terugkrijgen op je kosten (gemiste aftrek)
- Netto effect = voordeel min nadeel
Is het netto effect positief, dan loont de KOR. Is het negatief, dan kost de regeling je geld.
Stap 1: Bereken je verwachte aftrekbare voorbelasting
Welke kosten tellen mee? Alle zakelijke uitgaven waarover je btw betaalt en die volledig zakelijk zijn. Denk aan inkoop van materialen, gereedschap, apparatuur, kantoorbenodigdheden, zakelijke abonnementen en autokosten voor het zakelijke deel.
Wat telt niet mee? Kosten zonder btw (loonkosten, verzekeringen, bankkosten), privégebruik van gemengde kosten, en kosten die horen bij vrijgestelde activiteiten zoals verhuur of zorgdiensten.
Maak een realistisch lijstje voor een heel jaar. Wees eerlijk: de gemiddelde tekstschrijver heeft misschien €600 aan software en een bureau. Een fotograaf kan €5.000 tot €8.000 aan apparatuur, reiskosten en drukwerk hebben.
Stap 2: Zet je netto-omzetvoordeel tegenover het aftrekverlies
Bereken eerst hoeveel btw je zou afdragen zonder KOR. Als je diensten levert met 21% btw en je omzet (exclusief btw) is €16.000, dan ontvang je €3.360 aan btw van je klanten en draag je dat af. Met de KOR houd je dat bedrag in feite in je eigen tarief, want je berekent geen btw. Klanten die geen btw mogen aftrekken, particulieren of vrijgestelde ondernemers, profiteren hier direct van.
Trek daar je gemiste voorbelasting vanaf. Als je €2.000 aan btw op kosten zou terugkrijgen, is je netto voordeel €1.360. Als je €4.000 aan voorbelasting misloopt, is het saldo min €640: de KOR kost je dan geld.
Stap 3: Verwerk de administratiekostenbespareing eerlijk
Btw-aangifte doen kost tijd of geld. Een boekhouder rekent per kwartaalaangifte vaak €75 tot €150. Doe je het zelf, bereken dan je eigen uren maal je uurtarief. Vier aangiftes per jaar van anderhalf uur aan €50 per uur is €300 per jaar.
Dat bedrag mag je optellen bij het voordeel van de KOR, maar wees realistisch. Als je jaaromzet €18.000 is en je nettovoordeel is al €800, dan voegt de besparing van €300 aan administratiekosten iets toe. Maar als de rekening al negatief uitpakt, verandert die besparing zelden het verhaal volledig.
Rekenvoorbeeld A: de zzp’er met hoge inkopen
Neem een koerier met een omzet van €40.000 per jaar. Wacht: €40.000 zit boven de KOR-grens van €20.000, dus die koerier kan helemaal niet in de KOR. Maar stel diezelfde situatie terug bij €18.000 omzet en €8.000 aan aftrekbare kosten, waarover gemiddeld 21% btw betaald is.
- Omzet: €18.000 (exclusief btw, 21% tarief)
- Btw op omzet die je normaal afdraagt: €3.780
- Btw op kosten die je normaal terugkrijgt: €8.000 x 21% = €1.680
- Netto voordeel KOR: €3.780 min €1.680 = €2.100
Dat klinkt nog positief. Maar stel nu dat de kosten stijgen naar €15.000, bijvoorbeeld door een nieuwe auto of dure apparatuur.
- Gemiste aftrek: €15.000 x 21% = €3.150
- Netto voordeel KOR: €3.780 min €3.150 = €630
Hoe hoger de inkopen, hoe kleiner het voordeel. Zodra de aftrekbare kosten boven de €18.000 uitkomen (bij 21% btw), sla je over naar verlies. De KOR break-even omzet berekenen laat precies dit kantelpunt zien.
Rekenvoorbeeld B: de pure dienstverlener
Een coach of tekstschrijver met dezelfde omzet van €18.000 maar slechts €2.000 aan aftrekbare kosten.
- Btw op omzet: €3.780
- Gemiste aftrek: €2.000 x 21% = €420
- Netto voordeel KOR: €3.780 min €420 = €3.360
Plus een besparing van €300 op boekhouding. Totaal voordeel: ruim €3.600 per jaar. Hier loont de KOR duidelijk, tot dicht tegen de €20.000-grens. De verhouding tussen omzet en kosten is zo gunstig dat de regeling pas negatief wordt als de kosten fors stijgen of de omzet de grens nadert en terugkeer nodig is.
Rekenvoorbeeld C: de gemengde ondernemer met seizoenspieken
Een fotograaf die werkt voor zowel particulieren als bedrijven, met grote inkopen in het voorjaar voor bruidsseizoen en rustige wintermaanden. In het eerste kwartaal koopt hij apparatuur van €4.000, in de rest van het jaar nauwelijks.
De KOR-grens is een jaargrens, geen kwartaalgrens. Dat betekent: bij een kwartaalinvestering van €4.000 moet je de gemiste jaarlijkse aftrek in één keer meenemen, terwijl het voordeel op omzet gespreid over het jaar valt.
Reken dan het hele jaar door: totale omzet, totale aftrekbare kosten, en pas daarna de formule toe. Niet kwartaal voor kwartaal, want dat geeft een vertekend beeld. Voelt het investeringskwartaal zwaar? Dat klopt, maar kijk altijd naar de jaarsaldo.
De verborgen kantelpunten die de berekening verstoren
Er zijn drie situaties die je berekening kunnen omgooien.
De eerste is een investeringsjaar. Koop je een machine van €10.000, dan mis je in één klap €2.100 aan btw-aftrek. Je netto voordeel slinkt direct. Soms loont het dan om tijdelijk uit de KOR te stappen, zeker als de investering in een enkel jaar valt.
De tweede is een tariefswijziging. Lever je diensten met 9% btw, denk aan bepaalde culturele of sportsectoren, dan is het voordeel aan de omzetkant kleiner terwijl je kosten soms onder 21% vallen. De asymmetrie werkt dan in je nadeel.
De derde is groei richting de €20.000-grens. Zodra je die grens overschrijdt, vervalt de KOR automatisch en moet je met terugwerkende kracht voor dat jaar btw-aangifte doen over je volledige omzet. Reken op tijd door wanneer dat moment nadert, zodat je niet voor een onverwachte naheffing staat.
Maak je eigen break-even tabel in vijf minuten
Je hebt drie variabelen nodig om je persoonlijke omslagpunt te vinden.
| Variabele | Wat invullen | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Jaarlijkse omzet (excl. btw) | Je verwachte omzet dit jaar | €16.000 |
| Aftrekbare kosten (excl. btw) | Alle zakelijke kosten met btw | €4.000 |
| Gemiddeld btw-tarief op kosten | Schat in: 21% of gemengd lager | 21% |
Bereken dan:
- Btw op omzet: omzet x tarief omzet (vaak 21%)
- Gemiste aftrek: kosten x tarief kosten
- Netto KOR-voordeel: btw omzet min gemiste aftrek
- Tel daar je besparing op boekhouding bij op
Is het saldo positief, dan loont de KOR. Is het negatief, overweeg dan of btw-aangifte doen je per saldo meer oplevert. Je hoeft geen boekhouder te zijn om dit in een kwartier na te rekenen. Een eenvoudig Excel-bestandje of zelfs een stuk papier is genoeg.
De KOR is geen automatisch voordeel. Voor een tekstschrijver of coach zonder grote inkopen is het bijna altijd slim om in de regeling te blijven, zolang de omzet ruim onder de €20.000 blijft. Voor een fotograaf, aannemer of koerier met hoge materiaalkosten kan de regeling al bij een betrekkelijk lage omzet nadelig uitpakken.
Het getal waar het om draait is de verhouding tussen je gemiste btw-aftrek op kosten en de btw die je normaal zou afdragen over je omzet. Reken dat eenmalig goed door, pas het aan als je kosten of omzet veranderen, en herhaal de berekening wanneer je een grote investering plant. Dat kost een halfuur en voorkomt dat je onnodig geld laat liggen.
