Je hebt goede gesprekken gevoerd, de prijs klopt en de intentie lijkt serieus. Dan ontvang je het concept van de samenwerkingsovereenkomst en staat er een betalingstermijn van 90 dagen in. Op dat moment wil je eigenlijk één ding weten: is dit bedrijf over drie maanden nog solvent? Die vraag serieus beantwoorden voordat je tekent, is wat financiële due diligence in de praktijk betekent. Dit artikel laat zien hoe je dat aanpakt.
Stap 1: Bepaal eerst je eigen risico
Voordat je ook maar één document opvraagt, moet je weten hoeveel er voor jou op het spel staat. Stel jezelf drie vragen: wat is de omzetafhankelijkheid (lever je 40% van je jaaromzet aan deze partij?), hoeveel kapitaal investeer je vooraf, en wat zijn de reputatiegevolgen als dit misloopt?
Een zzp’er die één project van €5.000 aanneemt, heeft een ander risicoprofiel dan een mkb-bedrijf dat een tweejarig exclusief leveringscontract sluit. Hoe groter de exposure, hoe dieper je onderzoek moet gaan.
Stap 2: Haal de jaarcijfers op uit het Handelsregister
Bedrijven die ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel zijn wettelijk verplicht hun jaarrekening te deponeren. Vraag altijd de drie meest recente gepubliceerde jaarcijfers op via het Handelsregister. Let meteen op of de deponeringstermijnen zijn nageleefd: de wettelijke termijn is doorgaans dertien maanden na het einde van het boekjaar. Te laat deponeren is al een eerste gevarendriehoek. Het wijst op slordigheid, interne chaos of bewust uitstel.
Stap 3: Lees de balans als eerste filter
De balans vertelt je in één oogopslag hoe een bedrijf gefinancierd is. Kijk naar drie dingen: het eigen vermogen (wat de aandeelhouders hebben ingebracht of opgebouwd), het vreemd vermogen (wat er geleend is) en de vlottende activa (wat er op korte termijn beschikbaar is, zoals voorraden en vorderingen).
Een bedrijf met weinig eigen vermogen en veel schulden is kwetsbaar. Het is niet per se een probleem, maar het maakt het bedrijf gevoeliger voor tegenwind. Check ook de verhouding: een solvabiliteitsratio (eigen vermogen gedeeld door totaal vermogen) onder de 20% verdient extra aandacht.
Stap 4: Begrijp wat negatief eigen vermogen betekent
Een negatief eigen vermogen klinkt alarmerend, maar context is alles. Bij een holding die winsten direct doorboekt naar een moederbedrijf kan het negatief eigen vermogen een bewuste keuze zijn, geen teken van crisis. Bij een operationele bv die al jaren verlies draait, is het een serieus signaal.
Vraag altijd door: hoe is dit negatieve eigen vermogen ontstaan? Is er een moederbedrijf dat borg staat? Zijn er aanvullende financieringsafspraken? Accepteer geen vaag antwoord.
Stap 5: Bereken de liquiditeitsratio’s
Twee kengetallen geven je snel inzicht in of een bedrijf zijn rekeningen kan betalen:
- De current ratio: vlottende activa gedeeld door kortlopende schulden. Een uitkomst boven de 1,5 is gezond. Onder de 1,0 betekent dat er op korte termijn meer betaald moet worden dan er binnenkomt.
- De quick ratio: hetzelfde, maar dan zonder voorraden (want die zijn niet altijd snel om te zetten in geld). Een uitkomst van 1,0 of hoger is acceptabel.
Stel dat een productiebedrijf een current ratio van 0,7 heeft. Dan betekent dat concreet: voor elke euro die ze moeten betalen, hebben ze maar 70 cent beschikbaar. Dat is riskant als jij afhankelijk bent van tijdige betalingen.
Stap 6: Analyseer de winst-en-verliesrekening
Kijk niet naar één jaar, maar naar de ontwikkeling over de drie jaar die je hebt opgevraagd. Daalt de omzet? Krimpen de marges? Duiken er elk jaar opnieuw “uitzonderlijke posten” op? Die laatste zijn een klassieke truc om structurele verliezen te verdoezelen. Eenmalig een reorganisatiepost is begrijpelijk. Drie jaar op rij “buitengewone lasten” is een patroon, geen toeval.
Stap 7: Vraag een kredietrapportage op
Bij bureaus als Graydon, Creditsafe of Dun and Bradstreet kun je een commercieel kredietrapport opvragen over bijna elk Nederlands bedrijf. Zo’n rapport bevat een kredietlimiet (wat je maximaal op rekening aan dit bedrijf mag leveren) en een betalingsscore op basis van historisch betalingsgedrag.
Let op: een hoge kredietlimiet wil niet zeggen dat het bedrijf ook bij jou op tijd betaalt. Gebruik het rapport als extra laag, niet als enige bron. De kosten van een rapport liggen doorgaans tussen €30 en €150, afhankelijk van de diepgang. Bij een contract van €100.000 is dat klein geld.
Stap 8: Check het betalingsgedrag via je netwerk
Bel twee of drie leveranciers van de potentiële partner. Vraag simpelweg: betalen ze op tijd? Zijn er ooit betalingsproblemen geweest? Hoe verliep het contact bij een dispuut? Brancheorganisaties kunnen soms ook informeel informatie delen. Dit klinkt misschien ongemakkelijk, maar het is volkomen normaal in de zakelijke wereld. Wie niks te verbergen heeft, staat hier open voor.
Stap 9: Zoek naar faillissementen en beslagen
Twee openbare bronnen die je gratis kunt raadplegen:
- Het Centraal Insolventieregister (rechtspraak.nl): hier zie je actuele faillissementen, surseances van betaling en schuldsaneringsregelingen.
- Het ECLI-portaal: hier vind je uitspraken in rechtszaken, handig om te zien of het bedrijf eerder verwikkeld was in betalingsgeschillen.
Een enkel oud geschil hoeft niets te betekenen. Een reeks rechtszaken over onbetaalde facturen vertelt een ander verhaal.
Stap 10: Screen de bestuurders persoonlijk
Bedrijven worden bestuurd door mensen. Zoek via het Handelsregister de namen van de bestuurders op en controleer of zij eerder betrokken waren bij faillissementen. Via het UBO-register zie je wie de uiteindelijk belanghebbende eigenaren zijn. Zijn er bestuursverboden opgelegd? Dan mag iemand wettelijk geen bestuurder zijn, maar schijnconstructies komen voor. Controleer ook of de bestuurder via andere rechtspersonen actief is in dezelfde sector, wat op potentiële concurrentie of belangenverstrengeling kan wijzen.
Stap 11: Stel gerichte vragen in het due diligence-gesprek
Gebruik wat je hebt gevonden als basis voor een eerlijk gesprek. Goede vragen zijn onder andere: “Jullie omzet is de afgelopen drie jaar gedaald, hoe verklaren jullie dat?”, “Zijn er lopende juridische procedures?”, en “Welke financiering staat er op de balans en hoe lang loopt die nog?”
Let op ontwijkende antwoorden. “Dat is vertrouwelijk” voor basale bedrijfsinformatie is geen acceptabel antwoord als je een serieuze samenwerking overweegt. Gezonde bedrijven met niets te verbergen zijn doorgaans transparant.
Stap 12: Bouw een eenvoudig scoringsmodel
Om subjectiviteit te beperken, kun je je bevindingen scoren. Maak een overzicht met de belangrijkste criteria en geef elk een oordeel: groen (geen bezwaar), oranje (aandachtspunt) of rood (dealbreaker). Categorieën die je kunt meenemen zijn solvabiliteit, liquiditeit, omzettrend, betalingsgedrag, bestuursprofiel en transparantie in het gesprek.
Als meer dan twee categorieën oranje zijn of er één rode is, staan je drie opties: doorgaan mits er extra zekerheden worden geboden, de onderhandelingen opschorten totdat er meer duidelijkheid is, of afhaken. Door dit expliciet te maken, voorkom je dat enthousiasme of tijdsdruk de overhand krijgt.
Stap 13: Leg alles vast in een due diligence-memo
Schrijf je bevindingen op, al is het maar een pagina. Dit document beschermt je later als er discussie ontstaat over wat je wist of had moeten weten. Koppel je conclusies direct aan de contractuele afspraken: een bankgarantie als de solvabiliteit laag is, een persoonlijke borgstelling van de bestuurder als het bedrijf weinig eigen vermogen heeft, of opschortende voorwaarden die de samenwerking pas laten starten zodra bepaalde financiële drempelwaarden zijn gehaald.
Een advocaat of accountant kan je helpen deze zekerheden goed te formuleren, maar de analyse zelf kun je als ondernemer prima zelf uitvoeren met dit protocol.
Een grondige check van de kredietwaardigheid kost je een halve dag. Begin met de gepubliceerde jaarcijfers, bereken de belangrijkste ratio’s en vraag een kredietrapport op bij een handelsinformatiebureau. Praat daarna met mensen die al zaken hebben gedaan met deze partij. Wat je vindt, leg je schriftelijk vast. Wat je zorgen baart, vertaal je in concrete contractuele voorwaarden: een bankgarantie, een betalingsschema of een opschortende werking. Dat is steviger dan een buikgevoel dat je negeert.
