Je opent je UPO, ziet een bedrag staan bij ’te verwachten pensioen’ en denkt: is dit genoeg? Voor de meeste mensen is het antwoord nee, maar ze weten niet met hoeveel ze tekortkomen. AOW en werkgeverspensioen dekken zelden het inkomen dat je gewend bent, en het verschil stapelt zich op zonder dat je het doorhebt. In dit artikel reken je stap voor stap uit hoe groot jouw pensioengat is, aan de hand van drie concrete profielen.

Stap 1: Stel je streefinkomen vast

Hoeveel heb jij netto per maand nodig als je stopt met werken? Een goed overzicht van je vaste lasten helpt je hier inzicht in te krijgen. Een veelgebruikte vuistregel is 70 tot 80 procent van je huidige netto-inkomen. De gedachte erachter: je reist niet meer naar je werk, je pensioen bouwt je niet meer op, en bepaalde kosten vallen weg.

Maar let op: sommige kosten verdwijnen inderdaad. Als je hypotheek dan afgelost is, scheelt dat misschien wel 800 euro per maand. Als je kinderen uit huis zijn en financieel op eigen benen staan, bespaar je ook fors. Tegelijk kunnen zorgkosten stijgen naarmate je ouder wordt.

Een concreet startpunt: verdien je nu netto 2.800 euro per maand, dan is een streefinkomen van 2.100 tot 2.250 euro per maand een redelijke schatting. Wil je comfortabel reizen of je kleinkinderen financieel verwennen? Ga dan liever uit van de bovenkant, of zelfs 85 procent.

Stap 2: Breng je AOW in kaart

De AOW-leeftijd ligt op dit moment op 67 jaar en 3 maanden. Hoe hoog je uitkering is, hangt af van het aantal jaren dat je in Nederland verzekerd bent geweest. Voor elk jaar dat je niet in Nederland woonde of werkte, mis je 2 procent AOW.

Ben je de hele periode in Nederland geweest en heb je een partner, dan ontvangen jullie samen ongeveer 1.800 euro netto per maand (elk circa 900 euro). Als alleenstaande ontvang je rond de 1.450 euro netto. Let op: dit zijn richtbedragen die jaarlijks worden aangepast aan de loonontwikkeling. Kijk op mijnpensioenoverzicht.nl voor jouw persoonlijke schatting.

Stap 3: Zoek je werkgeverspensioen op

Je werkgever stuurt je jaarlijks een Uniform Pensioenoverzicht, het UPO. Dit document heeft twee belangrijke kolommen die mensen vaak door elkaar halen.

  • Opgebouwd pensioen: wat je zeker krijgt als je morgen stopt met werken bij deze werkgever.
  • Te bereiken pensioen: wat je krijgt als je tot je pensioendatum bij deze werkgever blijft werken.

Gebruik voor je berekening het “opgebouwde” bedrag als ondergrens en het “te bereiken” bedrag als optimistisch scenario. Heb je bij meerdere werkgevers gewerkt? Op mijnpensioenoverzicht.nl zie je alles bij elkaar opgeteld.

Stap 4: Bereken je bruto pensioengat

Nu de rekensom. Je trekt je verwachte AOW en werkgeverspensioen af van je streefinkomen:

Pensioengat per maand = streefinkomen minus AOW minus werkgeverspensioen

Stel: je streefinkomen is 2.200 euro netto, je AOW bedraagt 900 euro (met partner) en je werkgeverspensioen is 850 euro. Dan blijft er een gat van 450 euro per maand over. Dat klinkt misschien behapbaar, maar over 20 jaar pensioen gaat het om 108.000 euro in totaal, en dan heb je de inflatie nog niet meegerekend.

Stap 5: Zet het maandelijkse tekort om naar een vermogenspot

Om te weten hoeveel vermogen je op je pensioendatum nodig hebt, gebruik je de zogenoemde onttrekkingsregel. De bekendste is de 4%-regel: je hebt een vermogen nodig waarvan je jaarlijks 4 procent opneemt zonder dat het snel opraakt.

Ga je uit van een langere levensverwachting of wil je conservatiever plannen, gebruik dan 3,5 procent. Dat is verstandig als je denkt dat je 90 of ouder wordt.

De berekening:

Benodigde vermogenspot = jaarlijks tekort gedeeld door het onttrekkingspercentage

Een maandelijks tekort van 450 euro is 5.400 euro per jaar. Bij 4%: 5.400 gedeeld door 0,04 = 135.000 euro. Bij 3,5%: 5.400 gedeeld door 0,035 = ongeveer 154.000 euro.

Stap 6: Reken terug naar vandaag (drie rekenvoorbeelden)

Hoeveel moet je maandelijks inleggen om dat vermogensdoel te halen? Dat hangt sterk af van je leeftijd en het rendement dat je behaalt. We rekenen met een netto jaarrendement van 5 procent voor beleggingen, en gaan uit van een benodigde pot van 135.000 euro.

Leeftijd nu Jaren tot pensioen Benodigde maandelijkse inleg
35 jaar Circa 32 jaar Circa 130 euro per maand
45 jaar Circa 22 jaar Circa 260 euro per maand
55 jaar Circa 12 jaar Circa 730 euro per maand

Het verschil tussen beginnen op je 35ste en je 55ste is enorm. Dat is het effect van rente op rente: vroeger beginnen betekent dat je geld langer voor je werkt. Wacht je te lang, dan moet je een veel groter deel zelf ophoesten.

Stap 7: Trek bestaand eigen vermogen af

Heb je al spaargeld, een beleggingsportefeuille of overwaarde op je woning? Dan hoef je niet alles meer op te bouwen. Trek dit af van je benodigde vermogenspot.

Maar wees kritisch over wat je meerekent. Een spaarrekening telt direct mee. Beleggingen ook, al fluctueren die in waarde. Overwaarde op je woning is trickier: je kunt die niet zomaar opnemen. Pas als je verhuist naar een goedkopere woning of je huis verkoopt, komt het geld vrij. Reken overwaarde daarom pas mee als je een concreet plan hebt om het te verzilveren.

Stap 8: Drie profielen doorgelicht

Nu de theorie naar de praktijk. Hieronder zie je hoe het pensioengat berekenen eruitziet voor drie veelvoorkomende situaties in Nederland.

Profiel 1: Modaal inkomen (40.000 euro bruto)

Netto inkomen nu: circa 2.500 euro per maand. Streefinkomen op pensioen: 1.800 euro netto (72%). AOW als alleenstaande: circa 1.450 euro. Werkgeverspensioen na 35 dienstjaren: circa 500 euro. Gecombineerd: 1.950 euro. Er is hier bijna geen gat, misschien zelfs een klein overschot. Toch: heeft deze persoon meerdere banen gehad met pensioenbreuken, of periodes als zzp’er gewerkt, dan kan het tekort alsnog oplopen tot 300 tot 400 euro per maand.

Profiel 2: Anderhalf modaal inkomen (60.000 euro bruto)

Netto inkomen nu: circa 3.500 euro per maand. Streefinkomen: circa 2.600 euro netto. AOW met partner: circa 1.800 euro (samen). Werkgeverspensioen: circa 700 euro per persoon. Totaal: 2.500 euro. Gat: 100 euro per maand, maar als de partner minder heeft opgebouwd of de AOW-opbouw niet compleet is, loopt het tekort al snel op naar 300 tot 400 euro. Aan te vullen met lijfrente of extra beleggen. Het fiscale voordeel van lijfrente-inleg is hier aantrekkelijk door het hogere belastingtarief.

Profiel 3: Hoog inkomen (90.000 euro bruto of meer)

Dit profiel heeft het grootste pensioengat in absolute zin. Netto inkomen: circa 5.000 euro per maand. Streefinkomen: 3.500 tot 4.000 euro. AOW dekt maar een klein deel. Werkgeverspensioen loopt in Nederland op tot een maximum (grofweg 137.800 euro pensioengrondslag per jaar). Daarboven bouw je in de tweede pijler nauwelijks meer op. Het gat kan hier oplopen tot 1.500 euro of meer per maand, wat neerkomt op een benodigde vermogenspot van 450.000 euro of hoger. Oplossingen: banksparen, beleggen via box 3, of voor ondernemers een eigen bv benutten voor pensioenopbouw.

Wat zijn je opties als er een gat is?

Afhankelijk van je profiel en leeftijd zijn er verschillende manieren om een pensioengat te dichten. De meest gebruikte zijn lijfrente (fiscaal aftrekbaar tot een bepaalde jaarruimte), banksparen, gewoon beleggen in een effectenrekening of, voor zzp’ers en ondernemers, specifieke pensioenproducten. Welke aanpak het beste past, hangt af van je belastingsituatie, je leeftijd en hoe liquide je het geld wilt houden. Een financieel adviseur of onafhankelijke pensioenplanner kan je hierin helpen als de bedragen groot zijn.

Met je streefinkomen, je AOW-schatting en je UPO heb je de meeste informatie al in handen. Trek AOW en werkgeverspensioen af van wat je maandelijks wilt besteden, en je weet je tekort. Via de 4%-regel vertaal je dat naar het vermogen dat je nog moet opbouwen. Hoe eerder je dit uitrekent, hoe meer tijd je hebt om bij te sturen. Een eerste check via mijnpensioenoverzicht.nl kost je vijf minuten.