De economie groeide met 1,8 procent in het eerste kwartaal, stond er vanochtend in het nieuws. Intussen zijn je boodschappen duurder, je salaris groeide nauwelijks mee en je huur is alweer gestegen. Hoe kan dat tegelijk waar zijn? Om dat te begrijpen, moet je weten wat het bruto binnenlands product van Nederland eigenlijk meet, en misschien nog belangrijker: wat het niet meet.
Wat telt het bbp eigenlijk mee, en wat niet?
Het bruto binnenlands product is de totale waarde van alle goederen en diensten die in Nederland in een bepaalde periode worden geproduceerd. Denk aan auto’s die van de band rollen, koffie die een barista zet, software die een Amsterdams techbedrijf verkoopt aan het buitenland. Dat alles bij elkaar opgeteld geeft het bbp.
Maar een heleboel dingen telt het bbp bewust niet mee. Als jij zelf je tuin snoeit, telt dat niet mee. Doe je dat via een hoveniersbedrijf, dan telt het ineens wel mee. Vrijwilligerswerk, mantelzorg, onbetaald huishoudelijk werk: allemaal onzichtbaar in het bbp-cijfer. Ook de verdeling van welvaart zie je er niet in terug. Een land kan prima groeien terwijl een klein deel van de bevolking bijna alle vruchten plukt.
Wie meet het bbp en hoe vaak verschijnen er nieuwe cijfers?
In Nederland is het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verantwoordelijk voor de bbp-cijfers. Elk kwartaal publiceert het CBS een eerste schatting, ook wel de “flashraming” genoemd. Die is gebaseerd op onvolledige data, want niet alle informatie is al beschikbaar. Later volgt een tweede, meer gedetailleerde berekening.
Daarna komt er regelmatig een revisie, soms jaren later. Het is dus niet uitzonderlijk dat het CBS een groeicijfer van 1,2 procent later bijstelt naar 0,9 of 1,5 procent. Dat klinkt slordig, maar het is nu eenmaal hoe statistiek werkt: je verzamelt meer data en past de berekening aan. Als je in het nieuws een bbp-bericht ziet, check dan altijd of het een eerste schatting of een definitief cijfer is.
Bbp-groei versus koopkrachtgroei: waarom lopen die zo uit elkaar?
Dit is de crux van de verwarring bij de keukentafel. Bbp-groei zegt iets over de totale productie in het land. Koopkrachtgroei zegt iets over hoeveel jij kunt kopen met jouw inkomen. Die twee kunnen flink uit elkaar lopen, om een paar redenen.
Als de economie groeit maar de inflatie ook hard stijgt, eet die inflatie de groei voor een groot deel op. Bovendien hoeven hogere bedrijfswinsten zich niet automatisch te vertalen naar hogere lonen. En als de overheid meer belasting int omdat de economie groeit, maar dat geld naar schuldaflossing gaat in plaats van extra voorzieningen, voel jij daar ook niets van. Koopkrachtstijging vereist dat jouw specifieke inkomen harder stijgt dan de prijzen. Dat is een andere berekening dan het nationale bbp-groeicijfer.
Hoe beïnvloedt bbp-krimp jouw kans op ontslag of loonsverhoging?
Als de economie twee kwartalen achter elkaar krimpt, spreken economen van een recessie. Macro-economische ontwikkelingen beïnvloeden je bedrijf en je arbeidsmarktpositie. En dan begint het voor veel mensen persoonlijk te worden. Bedrijven zien hun omzet dalen en gaan bezuinigen. Dat betekent: minder nieuwe aannames, investeringen uitstellen en soms reorganisaties.
Bij een krimp van meer dan 1 procent zie je in de praktijk dat de werkloosheid met een vertraging van drie tot zes maanden begint op te lopen. Loonsverhoging onderhandelen wordt lastiger, omdat werkgevers kunnen wijzen op de slechte economische omstandigheden. Omgekeerd geldt ook: bij sterke groei is er meer werkgelegenheid, is de arbeidsmarkt krapper en heb jij als werknemer meer onderhandelingsruimte.
Stijgt de belastingdruk als het bbp daalt of juist als het groeit?
Beide situaties kunnen leiden tot een hogere belastingdruk, zij het om andere redenen.
Als het bbp daalt, komen er minder belastinginkomsten binnen. Voor zzp’ers is het belangrijk te begrijpen hoe belastingen werken in beide economische scenario’s. De overheid heeft dan minder geld, terwijl de uitgaven aan bijvoorbeeld uitkeringen juist stijgen. Dat leidt tot een begrotingstekort. Op den duur kan de overheid dan besluiten belastingen te verhogen of bezuinigen op diensten die jij gebruikt, zoals zorg of openbaar vervoer.
Maar ook als het bbp groeit, kan de belastingdruk stijgen. Als jouw inkomen meestijgt met de economie, schuif je misschien op naar een hogere belastingschijf. En een groeiende economie biedt de overheid ruimte om nieuw beleid te financieren, wat soms ook via belastingen wordt gedekt. Het verband is dus niet rechtlijnig.
Waarom profiteert niet iedereen even veel van bbp-groei?
Stel dat het bruto binnenlands product van Nederland dit jaar met 2 procent groeit. Die 2 procent moet ergens terechtkomen: in lonen, bedrijfswinsten of overheidsinkomsten. De verhouding daartussen bepaalt wie er daadwerkelijk op vooruitgaat.
Als een groot deel van de groei naar bedrijfswinsten gaat en aandeelhouders die winst uitkeren, profiteren vooral mensen met aandelen of beleggingen. Werknemers zonder spaargeld of beleggingsportefeuille zien dan weinig. In perioden van hoge inflatie, zoals Nederland die de afgelopen jaren doormaakte, eroderen lonen sneller dan winsten, omdat prijzen sneller worden doorberekend dan cao-onderhandelingen verlopen. Resultaat: groeiende economie, maar een groter deel van de bevolking dat er financieel op achteruitgaat.
Bbp per hoofd van de bevolking: is dat een betere maatstaf?
Het bbp per hoofd, ook wel het bbp per capita genoemd, deelt de totale productiewaarde door het aantal inwoners. Dat geeft een iets eerlijker beeld dan het totale bbp, want als een land economisch groeit doordat de bevolking groeit, is er per persoon helemaal niet meer welvaart. In Nederland is de bevolking de afgelopen jaren flink gegroeid door migratie. Als het totale bbp stijgt maar het bbp per hoofd niet, betekent dat simpelweg dat we met meer mensen hetzelfde stuk taart verdelen.
Toch blijft ook dit cijfer een gemiddelde. En een gemiddelde kan misleidend zijn: als tien mensen een inkomen van 20.000 euro hebben en één persoon een inkomen van 1 miljoen euro, is het gemiddelde inkomen ruim 100.000 euro, maar de meeste mensen zitten daar ver onder.
Welke alternatieve maatstaven zijn er naast het bbp?
Economen en beleidsmakers weten al langer dat het bbp een onvolledige maatstaf is. Daarom zijn er alternatieven ontwikkeld.
- Brede Welvaart: Het CBS publiceert jaarlijks de Monitor Brede Welvaart. Die kijkt ook naar zaken als luchtkwaliteit, sociale cohesie, werkgelegenheid en gezondheid. Juist de zaken die het bbp negeert.
- Human Development Index (HDI): Een maatstaf van de VN die bbp combineert met levensverwachting en onderwijsniveau.
- Genuine Progress Indicator (GPI): Trekt kosten af voor milieuvervuiling, ongelijkheid en sociale problemen, en telt onbetaald werk juist mee.
Deze alternatieven zijn complexer en minder makkelijk te communiceren in een enkel cijfer, vandaar dat het bbp in het nieuws dominant blijft. Maar als je wilt begrijpen hoe het echt met Nederland gaat, loont het om ook de CBS-monitor Brede Welvaart te bekijken. Die verschijnt elk jaar en is gratis beschikbaar op de CBS-website.
Zo lees je een bbp-bericht in het nieuws in drie stappen
Je kunt nu beter met bbp-berichten omgaan. Gebruik dit als snelle checklist.
Stap 1: Is het een eerste schatting of een definitief cijfer? Eerste schattingen worden regelmatig bijgesteld. Pas je conclusies aan op hoe zeker het cijfer is.
Stap 2: Vergeleken met wanneer? Groeicijfers worden vaak jaar-op-jaar of kwartaal-op-kwartaal gemeten. Een groei van 0,3 procent ten opzichte van het vorige kwartaal klinkt anders dan 1,8 procent ten opzichte van een jaar eerder. Het gaat om de referentieperiode.
Stap 3: Wat zegt het over jou? Zoek bij een groeibericht altijd naar de koopkrachtcijfers en de loongroei. Die staan vaak verderop in hetzelfde artikel. Groei zonder koopkrachtverbetering betekent voor jou persoonlijk weinig.
Het bruto binnenlands product van Nederland zegt iets over de totale economische activiteit, niet over hoe die activiteit verdeeld wordt. Groei voor de een betekent niet groei voor de ander. Als je de volgende keer een bbp-bericht ziet, weet je nu welke vragen je moet stellen voordat het nieuws echt iets voor je betekent.
